|
Over renteniers, sijpelen en kittens... |
|
|
|
|
Written by Jurgel
|
|
Tuesday, 18 October 2011 |
|
En zo laten we pas weer na tijden van ons horen. Noodgedwongen op een afstandje van Papua reflecteerden we op ... tja... op dingen als: waar gaan we mee door en waar niet mee.
De prachtige leeftijd van 37 jaar hebben we inmiddels beiden bereikt en dan gaan we natuurlijk mieren over hoe het later met ons moet en hoe het niet moet. Duidelijk is dat lijfelijk en fulltime afzien in de jungle van Papua ons veel heeft gebracht, maar ook veel heeft gekost. Voor nu is het belangrijk: er moet brood op de plank en aan later worden gedacht. Dit ‘later’ is wat ons betreft nog steeds volle mep voor de minder bedeelden gaan, maar dan tegelijkertijd pogen iets beter voor onszelf te zorgen.
De glamour van het ontwikkelingswerk zoals we die het liefst op ons netvlies hebben is die van de langharige, bebaarde, malaria-zwetende Tarzan die vanuit zijn stinkende kot kippen uit de boom schiet om zijn meisje wat eten te geven. Of de Jane die klaar staat om met minimale middelen een bloederig been te verbinden. Of die Camelman die heel cool probeert een woedende menigte met speren en bijlen tot kalmte te manen. En die rustig blijft als er een jeep met dronken, dreigende politieagenten langskomt met doorgeladen machinegeweren. Of het scenario waarbij deze Schwarzeneggert als getuige wordt opgeroepen in de zaak van een geweldadig om het leven gebrachte medewerkster die in werkelijkheid zelfmoord heeft gepleegd en in zijn handen is gestorven. Avontuurlijke scenario’s die zich afspelen ver weg in het bos, nagenoeg zonder communicatiemiddelen, zonder BHV-plannen en met minimale transportmogelijkheden. Deze ‘secundaire arbeidsomstandigheden’ in de vorm van excessen begonnen op een gegeven moment primair te worden en dit maakte dat we haast niet meer aan het werk toekwamen waar we eigenlijk voor gekomen waren. Cynisme en verbittering liggen dan op de loer en zorgen – hoewel tijdelijk te bestrijden met humor - op een gegeven moment dat het elastiek breekt. En wanneer je elastiek en dus je veerkracht knapt, dan verlies je je grootste kracht. Dit, gecombineerd met de berichten vanuit het binnenland over de conflicten rondom de bestuurlijke herindeling, maakten het zaak om te reflecteren en samen met de SDSP te zoeken naar een nieuwe weg.
Die nieuwe weg hebben we gevonden door actief aan de slag te gaan om samen met Bali Fresh (zie vorige bericht) te zoeken naar subsidie-mogelijkheden om een Papua Fresh Female Farmers Partnership op te starten, in samenwerking met het bisdom. Onze eerste subsidie-aanvraag is helaas niet geselecteerd en momenteel wachten we op de reactie van USAID of ons voorstel mee kan dingen in de subsidie-strijd voor hun pot voor Innovaties t.a.v. gelijke rechten voor mannen en vrouwen in de promotie van voedselzekerheid. De criteria voor deze subsidie sluiten naadloos aan op Papua Fresh, dus we hopen allemaal dat we ons voorstel mogen indienen.
Jurgen werkt inmiddels sinds juli mee met zo’n 50 Balineze vrouwen in de tuinen van Bali Fresh, gelegen in het arme district Kintamani. Al meewerkend pikt hij enorm veel op over allerhande horticulturele processen, waarbij hij ook een uitgebreide introductie heeft gehad van Ronald. Op Bali geldt hetzelfde als voor Papua en waarschijnlijk de rest van de ontwikkelingslanden: vrouwen werken het hardst maar hebben geen rechten. Het is schrijnend. Neem Made. Ze werkt op de tuin van BFFF. Op een dag doet ze haar relaas. Ze heeft veel schulden, omdat haar man van hanengevechten houdt. Haar vader is ooit eens vreemdgegaan en zij is ter compensatie geschonken aan de man van de vrouw met wie vader is vreemdgegaan. Volgen jullie het nog? De positie van Made thuis (haar huis bestaat uit twee beschimmelde kamertjes) is vreselijk. Haar man ziet haar nog steeds als schamele compensatie voor wat haar vader hem heeft aangedaan. Zijn eerste vrouw ziet haar als indringster. Ze wordt regelmatig mishandeld en komt vol blauwe plekken op de tuin. Ze brengt het geld binnen en haar man en diens eerste vrouw geven het uit. Ze heeft inmiddels drie kinderen van manlief en dat is de reden waarom ze niet weggaat. De positie van de vrouw in Bali is dusdanig dat wanneer ze zou scheiden, de kinderen altijd naar de man gaan. Ze voelt zich als een vogel in een kooi. Gevangen in verantwoording: die naar haar kinderen toe en die voor de fout die haar vader ooit maakte. Om schulden af te lossen moet ze nieuwe schulden maken. En daar is in Bali een nieuw soort maffia opgestaan: omdat de “kleine mensen” nooit een bankrekening kunnen openen zijn er nu “rentenirs”. Dit zijn inmiddels de rijkste mensen van het dorp. Zij lenen geld uit tegen een rentepercentage van 10 procent. “Wat”?! Eh ja, 10 procent ja. En nu komt het: per maand..... Per maand. PER MAAND!!!! Bijna alle gezinnen in Kintamani raken verstrikt in de percentages van die rentenirs, zo ook Made. We zijn dan ook hard aan het bedenken middels welke constructie dit patroon doorbroken kan worden. Zo zou het kunnen dat een organisatie als BFFF tijdelijk schulden overneemt om vervolgens normale aflossingsregelingen aan te bieden aan vrouwen zoals Made. Immers: het loon wat vrouwen verdienen, gaat nu eigenlijk rechtstreeks naar de rente die de rentenirs vragen. In Kintamani zijn verhalen zoals die van de rentenirs en Made geen uitzondering, helaas. Bali is een prachtig eiland, maar gebieden zoals Bedugul, Negara, Karangasem en Kintamani zijn nog steeds enorm verwaarloosd. In Kintamani hebben de meeste dorpen nog niet eens watervoorzieningen en rondom Bangli zijn er dorpen die verstoken zijn van alle moderne voorzieningen, zoals electriciteit en water. Het was voor ons werkelijk een complete verrassing dat we dit hier aantroffen. En misschien is dat ook gelijk de reden waarom we het aantreffen, want: “Wie gaat er nou ontwikkelingswerk doen op Bali? Daar hebben ze alles toch al?” Hebben wij eerlijk gezegd vaak genoeg gedacht. Maar we maakten een aardige denkfout.
Jurgen heeft inmiddels veel technische kennis opgedaan bij BFFF. Daarnaast heeft hij in Papua natuurlijk uitgebreid ervaring met het trainen en ondersteunen van arme, kleine boeren bij het verkrijgen van een betere positie en het zich organiseren in cooperaties. Op dit moment wordt er onderhandeld over een positie voor hem binnen BFFF, wat niet alleen uitstekend zou passen bij zijn ambities, maar ook erg van pas zou komen bij de opstart van het Papua Fresh Female Farmers Partnership. Hoe dan ook verkeren we persoonlijk niet langer in de positie om beiden op vrijwillige basis te blijven werken en zal één van ons dus geld in het laatje moeten brengen. Anders houdt het helaas snel op in Indonesie.
Ellis is nog volop bezig met Papua. De komst van de nieuwe pater in Senopi bleek van doorslaggevende betekenis en goede berichten sijpelen (leuk woord: sijpelen, sijpelen, sijpelen) inmiddels door vanuit Senopi. De belangrijkste activiteiten binnen het project, zoals de cacao-tuinen, zijn door de mensen zelf weer opgepakt. Ook is er door de SDSP en het bisdom besloten om de komende tijd de gezondheidswerkers en de kaderleden extra te blijven ondersteunen bij hun werk. En al zijn nog lang niet alle mensen terug in het dorp en duren de conflicten tot op de dag van vandaag voort: dingen lopen weer! Ook bereiken ons nieuwe proposals door mensen uit naastliggende districten en weten we dat het in mei opgebouwde waterput systeem in Akmuri door de mensen daar uitzondelijk goed wordt verzorgd en gebruikt. Het watersysteem dat momenteel door de dominee in district Kebar wordt aangestuurd, loopt ook volgens planning. En voor komend jaar april hebben we via de organisatie Planet Water kunnen regelen dat ze een zuiveringsinstallatie komen installeren, waarmee de mensen in en rond Senopi toegang krijgen tot schoon drinkwater, zo uit de kraan! Kortom: de dingen lopen door! Dat is voor ons onbetaalbare informatie, omdat het betekent dat de afgelopen 3 jaar hun vruchten hebben afgeworpen.
Ellis is ondertussen ook samen met de SDSP bezig een nieuw plan van aanpak te ontwikkelen voor de projecten in Midden-Vogelkop. Er is immers nog zoveel te doen. Zoals het er nu naar uitziet, blijft Ellis het komend jaar intensief betrokken in en voor Papua. De SDSP is nog steeds de enige die zich actief laat zien in het binnenland van de Vogelkop, samen met het bisdom. Daarom is het ook belangrijk dat de SDSP kan blijven rekenen op jullie steun en donaties. Langs deze weg veel dank voor een ieder die ons is blijven ondersteunen of van plan is dat te blijven doen.
Eind november loopt ons visum weer af en staat er weer een kort bezoek aan Nederland op het program. We reizen wederom via Australie om de nodige netwerken verder aan te boren dan wel te bestendigen en zijn in elk geval van 2 december tot begin januari in Nederland, waar al wat presentaties zijn ingepland en we ouderwets druk verwachten te zijn met allerhande regelzaken. Maar ook kunnen we dan ons nieuwste, kleine vriendje Micha in het echt bewonderen, die in september het levenslicht zag. En we zien er erg naar uit om na deze wederom enerverende maanden onze familie, vrienden en hun klein gespuis weer te zien.
O ja, jullie zijn natuurlijk van ons gewend dat we updates geven over het wel en wee van dierentuin Kuku: in Senopi hebben we immers het hele arsenaal van de Ark van Noach wel voorbij zien komen. Maar ook op Bali konden we niet lijdloos toezien hoe 2 kittens die door één of andere achterlijke gladiool in een plastic zak langs de straat waren gezet, angstig om hun moeder schreeuwden. Dus ja, we hebben weer huisdieren.... 2 stinkende, schijtende, onder de vlooien zittende, maar o zo schattige mormeltjes, genaamd Rupert en Berend.
Tot slot (dit wordt alweer een veel te lang verhaal) nog een link naar een mooi gedicht van Max Ehrmann. We kenden het al langere tijd, maar kregen het in februari van dit jaar weer eens onder ogen toen we een geprinte versie kregen van Monique, die 3 maanden bij ons in Senopi is geweest. Het hing in Senopi, maar is door pater Tromp, samen met diverse andere spullen van ons, naar ons opgestuurd. En nu hangt het hier aan de muur. Je kunt het lezen via: http://www.katinkahesselink.net/theosofie_nl/baltimor.htm
Dit was het even voor nu. Het gaat goed met ons en wij hopen ook met jullie daar in Holland. Wij gaan ons mentaal vast voorbereiden op een zeer strenge, koude winter en verzoeken een ieder een paar Scandinavische sloffen en een thermische deken voor ons klaar te leggen wanneer we jullie met een bezoek komen vereren!
Selamat dan hormat,
Jurgen & Ellis |
|
|
Written by Jurgel
|
|
Monday, 18 July 2011 |
|
Achter ons ligt een roerige maar doeltreffende periode van 3 jaar fysieke SDSP aanwezigheid in de Kebarvallei. Wat er voor ons ligt?? Op die vraag konden wij de afgelopen 2 maanden nog geen goed antwoord formuleren, omdat er in korte tijd diverse veranderingen optraden in de omstandigheden in Papoea. Veranderingen die van een zodanige orde zijn, dat we inmiddels hebben moeten besluiten om van koers te wijzigen. Langs deze weg willen we jullie over de achtergronden van deze koerswijziging informeren. Momenteel is er sprake van politieke onrust in het binnenland, die samenhangt met een bestuurlijke herindeling van districten in de Vogelkop (vergelijk met gemeentelijke herindeling in Nederland). We kunnen hier niet al teveel over melden, aangezien wij geen uitspraken willen doen van politieke aard. Wat we kunnen melden, is dat er mensen zijn die proberen met alle macht hun stamgenoten/familieleden in het politieke machtscentrum te krijgen om zo – vermoedelijk - makkelijker aanspraak te kunnen maken op (gelden uit) overheidsprogramma’s of strategische overheidsposities. Deze politiek ambitieuze mensen proberen voet aan de grond te krijgen in het binnenland van de Vogelkop, waaronder in het district Senopi. Om dit doel te bereiken worden alle middelen ingezet, tot aan intimidatie en geweld. Dit raakt ook het district Senopi, waar een stammenvete momenteel het Moeder- en kindzorg programma en alle andere gerelateerde activiteiten verstoort. Nadat een man in het dorp Asiti onverwachts was overleden, beschuldigden inwoners van dat dorp mensen uit Senopi van betrokkenheid bij zijn dood. Er zou sprake zijn geweest van speciale magie. De gemoederen hierover raakten zodanig verhit dat een groep uit Asiti op rooftocht is getrokken naar Senopi. Hierbij zijn gewonden gevallen, hebben diverse mensen moeten rennen voor hun leven en zijn tien huizen en de dorpscoöperatie in Senopi vernield. Vooral mensen die de afgelopen jaren nauw bij het door de SDSP en het bisdom gesteunde project betrokken zijn geweest en centrale rollen vervullen in het opgeleide kader, zijn slachtoffer in deze kwestie en hebben naar de stad Manokwari moeten vluchten om de hulp van de politie in te schakelen. Rond dezelfde tijd is de – voor ons - belangrijkste contactpersoon in Senopi, pater Leo, door het bisdom overgeplaatst. Zijn vervanger is reeds geïnstalleerd maar zal op zijn vroegst in augustus van start gaan. Over de reden van deze wisseling van de wacht in de pastorie wordt druk gespeculeerd door de lokale bevolking en deze speculaties dragen bij aan de onrust in het district. Het behoeft geen uitleg dat door dit alles de veiligheid in het gebied in het gedrang komt. Voor zover er sprake is van een ‘rustige’ situatie, hoeft er maar een vleugje wind op te steken om van een smeulend vuurtje een vernietigende bosbrand te maken. We hebben daarom, samen met de SDSP, met pijn in ons hart moeten besluiten om onze activiteiten en fysieke aanwezigheid in het binnenland van Papoea voorlopig ‘on hold’ te zetten... Het is voor ons moeilijk te verteren dat we met de genoemde achtergrond deze keuze hebben moeten maken. We hebben daarnaast persoonlijk ook een moeilijk jaar achter de rug, waarbij het overlijden van Santi – een van onze veelbelovende mensen op het project en tevens goede vriendin- een dieptepunt was. Deze ervaringen drukken eveneens op ons gemoed. We moeten echter proberen zoveel mogelijk vooruit te kijken. Maar niet voordat we eerst onze zegeningen hebben geteld: De dorpen in district Senopi en diverse dorpen in district Kebar hebben toegang gekregen tot schoon water, een goed draaiende polikliniek, een ecotoeristisch programma, elektriciteit, een immunisatieprogramma, een getraind kader en een startende vrouwengroep. Honderden mensen hebben geprofiteerd van het economisch programma: er zijn nu veel mensen met een kippenhok, winkeltje, varkensstal en/of groentetuin. Het gebouw van de pastorie als basis voor het sociaal programma is uitgebreid en vernieuwd. Vanuit deze pastorie worden nu een koeienbedrijf, een meubelbedrijf, een logement, visvijvers, drie grote tuinen, 2 cacaoplantages, een koffieplantage en een varkensstal bestierd. En - voor de goede orde - met dat laatste bedoelen wij uiteraard niet onze eigen kamer ... Eerder dit jaar meldden wij op ons weblog al enigszins cryptisch dat we goed nieuws te melden hadden, namelijk: ‘er gaan minder kinderen dood’. De exacte cijfers worden momenteel door de werkgroep gezondheidszorg van de SDSP nog verder uitgewerkt in een artikel, maar hier dan eindelijk de primeur van onze grootste trots................: ..................Met het Moeder-en-kindzorg project hebben we de kindersterfte < 5 jaar in het district Senopi kunnen terugdringen van overall 35% in 2008 tot overall 13,6% in februari 2011 !!! Dat betekent dat we mogen constateren dat we in 3 jaar tijd de kindersterfte onder de 5 jaar met bijna tweederde hebben kunnen terugbrengen! Een millenniumdoel waardig... De grootste winst is behaald voor de kinderen tussen de 1 en 5 jaar. Het sterftecijfer voor kinderen die overleden tussen hun 1e en 5e levensjaar stond in 2008 op 34 % en staat in 2011 op 2,6%. Per dorp bekeken is de overall afname in kindersterfte voor Senopi het grootste (een vermindering van 86,3%) en voor het dorp Aprawi het kleinste (minus 25%). We hebben heel veel informatie uit de in februari gehouden surveys en metingen kunnen halen die we ook uitgebreid hebben besproken met de lokale gezondheidswerkers. We zijn deze mensen uitzonderlijk dankbaar: zonder hun inzet was dit nooit bereikt. Gelukkig is het vorige maand nog gelukt om in het dorp Akmuri in het district Kebar samen met de bevolking een waterput te rehabiliteren, waarbij er gelijk een watertank, pompsysteem en kranen zijn aangelegd. Dankzij de grote inzet van SDSP vrijwilligers Wally & Coby, die de benodigde gelden in Nederland bij elkaar gesprokkeld hebben en zelf naar Akmuri zijn afgereisd samen met onze lokale kaderleden Yeri en Irwan en gids/vertaler Charles, is dit alles gerealiseerd. De foto’s willen we jullie niet onthouden! HOE NU VERDER? De SDSP laat zich er al jaren op voorstaan dat ondersteuning in West Papoea nooit het risico mag lopen afhankelijk te worden van het ‘hulpinfuus’ uit het Westen. Daarom vormt het gevormde lokale kader zo’n belangrijke schakel, naast de nodige sociaal-economische activiteiten die blijvend kunnen zorgen voor inkomsten voor een gemeenschap. Juist ook in het licht van ‘de moderne maatschappij’ die snel zijn weg vindt naar het binnenland van Papoea. Hoewel we erg graag de gelegenheid hadden gehad om het gevormde kader in Senopi nog meer body en ondersteuning te geven in het komende jaar, gooit de huidige situatie roet in het eten. We waren net begonnen om onze aandacht, energie en de formule van Community Capacity Building ook te gaan richten op andere gebieden in de Vogelkop, zoals het district Maybrat: opbouwwerk in samenwerking met en op initiatief van de lokale bevolking op het gebied van gezondheidszorg, economie (uitbreiden economische capaciteit) en educatie (skillstraining). Echter: daar beginnen onder de huidige omstandigheden biedt weinig duurzaam perspectief voor het welslagen van een nieuw project. We hebben daarom gezocht naar een alternatieve koers voor de komende tijd. Want dat we niet in het binnenland kunnen zijn, maakt dat wij en de SDSP naar andere manieren zoeken om hulp te brengen bij de mensen! De SDSP kent projecten op meerdere niveaus. Jullie zijn inmiddels bekend met de projecten op ‘microniveau’ en ‘mesoniveau’. Microniveau is hoe we begonnen: kleinere projecten, waaronder waterputten slaan. In Senopi hebben we al een stap gemaakt naar een integrale aanpak voor een hele gemeenschap. Werken op meso-niveau: in ons geval is dat een medisch/sociaal project dat is ingebed in een netwerk van gerelateerde kleine projecten, zoals agrarische projecten, voorlichting, het slaan van waterputten en meer. Deze integrale aanpak is in zichzelf al vrij uniek binnen het ontwikkelingswerk; wij hebben deze aanpak tot nog toe alleen gezien bij een organisatie als Caritas (in Nederland Cordaid), echter: deze organisatie waagt zich niet in West Papoea. Een belangrijke visie van de SDSP wat betreft duurzaamheid, is om gebiedsontwikkeling naar een hoger plan te brengen door Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen binnen bereik te brengen van de lokale Papoea bevolking. Eén van de belangrijkste stappen hiertoe is het realiseren van een vorm van samenwerking met het bedrijfsleven. Voor de SDSP is hierbij het belangrijkste dat er uitdrukkelijk oog moet zijn voor een integrale en structurele aanpak van welzijnsvoorzieningen en dat de bedrijfsmatige activiteiten geen schade toebrengen aan mens en natuur. Door samenwerkingsverbanden tussen politiek, bedrijfsleven en educatieve instanties te initiëren, waarbij het maken van winst wordt gestimuleerd, maar er tegelijkertijd wordt bewaakt dat er aandacht is voor gebiedsontwikkeling, denkt de SDSP een duurzame constructie te kunnen helpen bouwen waarbij de welzijnsprogramma’s met en t.b.v. de lokale bevolking niet meer afhankelijk zijn van donaties en sponsors (het ‘hulpinfuus’), maar juist een essentieel onderdeel worden van het lokale bedrijfsleven. Op Bali hebben wij kennis gemaakt met het bedrijf Bali Fresh Female Farmers Partnership (BFFFP). De doelstelling van dit bedrijf is om de kwantiteit, kwaliteit en continuïteit van voorraad en distributie van verse groenten en fruit op Bali te bevorderen. In Kintamani bevinden zich grote tuinen en een kassencomplex waar vele groenten worden verbouwd. De kennis en ervaring van 20 jaar bedrijfsvoering in Indonesië is één van de belangrijkste factoren die dit bedrijf succesvol maken. Daarnaast is het bedrijf innovatief, mede door de vele contacten met universiteiten in Nederland en Indonesië. Het bedrijf is niet alleen op Bali actief, maar ook op bijvoorbeeld Sumbawa waar ze in het kader van een Europees subsidie programma bezig is met het verbouwen van stevia ( een waardig alternatief voor suiker). Bij BFFFP zijn bijna alleen vrouwelijke werknemers in dienst; een bewuste keuze vanuit de overtuiging dat het scheppen van werkgelegenheid voor vrouwen daadwerkelijk bijdraagt aan het verbeteren van hun sociale en economische positie. Onder het bedrijf hangen daarnaast diverse sociale activiteiten. Zo leren de vrouwen lezen en schrijven, worden ze goed verzekerd, worden er micro-kredieten verschaft, wordt er kinderopvang verzorgd, wordt er computertraining gegeven en wordt er momenteel gewerkt aan het realiseren van een praktijkschool. De SDSP heeft besloten om een strategisch partnership met dit bedrijf aan te gaan en het komend halfjaar van onze aanwezigheid op Bali te gebruiken om – samen met BFFFP en het bisdom Manokwari-Sorong - de mogelijkheden voor bedrijfsmatige en educatieve activiteiten in Papoea te verkennen. Om die reden zullen wij tot eind november op Bali blijven. Hopelijk alles goed met jullie daar in zomerherfstig Nederland waar het naar ons idee echt komkommertijd is (om maar even in de groentesferen te blijven) aangezien wij gisteren op BVN maar liefst vijftien minuten lang alle ‘ins and outs’ te zien kregen over instortende zendmasten, waarbij de belangrijkste vraag bleek: ‘wie o wie is er verantwoordelijk ??!!’ .... Warme groeten vanaf warm Bali, Jurgen & Ellis |
|
|
Stay okay, but how about the portemonee |
|
|
|
|
Written by Jurgel
|
|
Monday, 30 May 2011 |
|
Tja, wil je helpen opbouwen in ontwikkelingsgebied dan heb je centjes nodig. Ellis en ik zijn dan ook , zoals beschreven in vorig weblogbericht, hoopvol naar Australie gereisd. Sydney is een schoonheid van een stad. We hebben ondanks dat we heus wel gewerkt hebben, redelijk kunnen genieten van de Blue Mountains (is gewoon categorie Grand Canyon!!), prachtige baaien en uiterst vriendelijke Australiers. Ze doen niet alleen vriendelijk, volgens ons zijn Australiers ook echt vriendelijk. Dat kan ook niet anders met dat weer. Overigens schijnen er statistisch net zoveel Australiers depressief te zijn als Nederlanders. En nu vinden wij het volkomen terecht dat we in Nederland met deze belachelijke gedoog regering depressief zijn, maar de Australiers mogen echt niet mekkeren. Dat woont daar maar een beetje vrijstaand met aangeharkte gezonnetjes onder de Eucalyptus bomen en een strak blauwe hemel en als men de drukte zat is, dan rijdt men zo de woestijn in waar ze koala’s kunnen knuffelen. Nog erger is dat Perth ook al zo’n alleraardigste stad was, met splinternieuwe aan de Indische oceaan gelegen parken die keurig netjes onderhouden zijn, witte stranden waar je nog eens ouderwets door een haai gegrepen kan worden en schilderachtige rivieren met wijngaarden. Ik vrees dat Australie gewoon buitengewoon mooi en vrolijk is. Ga er dus vooral niet heen.
Nu zitten we op Bali en dat is ook geen straf, heus niet. We doen wel druk achter de computer en met de telefoon maar elke avond uit eten gaan, is toch best relaxed. En Sanur is gemoedelijk Bali. En Bali is toch al best gemoedelijk. En dan morgen naar Singapore voor visumverlenging.
Via de mail lezen we dat verschillende kerken ons zouden willen steunen. Bedankt Augustijnen, Wally en Nelleke. We kunnen het goed gebruiken voor onze Papuavrienden. Ondanks dat veel projecten zichzelf terug verdienen middels het microkrediet systeem of duurzame landbouw, blijven we geld nodig hebben.
Het binnenland van West Papua is momenteel een beetje onrustig. Er worden nieuwe burgemeesters gekozen en nieuwe gebieden tot gemeente gebombardeerd en dat resulteert erin dat diverse clans elkaar in de haren vliegen. In Senopi zijn helaas veel projectmedewerkers slachtoffer geworden van een woede-aanval van een ander dorp. 10 huizen vernield, maar gelukkig geen slachtoffers. Het is echter nog steeds onrustig. Erg verdrietig wanneer de grote meneren campagne voeren en de kleine heren met elkaar op de vuist gaan. Het is nota bene allemaal familie van elkaar. Onze waterinstallaties doen het gelukkig gewoon nog en ook zijn de laatste huizen op elektriciteit aangesloten. En de zaadjes van onderwijs, skillstraining en edukatie kun je wanneer eenmaal in de hoofden gepland, niet kapot maken. We gaan er gewoon weer voor!
Zo, rest ons te melden dat jullie worden gemist! Tot snel.
E en J / Ellis en Jurgen |
|
Last Updated ( Wednesday, 01 June 2011 )
|
|
|
Written by Jurgel
|
|
Sunday, 15 May 2011 |
|
En ja dan zitten we alweer ruim een week in Australie. Een beetje heimwee hebben we wel, zo aan de andere kant van de wereld naar die mooie Nederlandse lente met onze lieve familie, vrienden en mede SDSP-ers. Ondanks het feit dat ons leven natuurlijk wel geslaagd voelt wanneer je voor je (vrijwilligers) werk naar Australie mag gaan. Maar naast het zien van kookaburra’s, haaiennetten, de blue mountains, funnelwebspiders, kangoeroes enzo moet er natuurlijk ook gewoon gewerkt worden. We hebben leuke contacten in Australie opgedaan die in de toekomst voor onze projecten wat zouden kunnen gaan betekenen. We zijn overladen met informatie en de relatie die Australie heeft met PNG en Indonesie en dus ook West- Papua blijkt erg belangrijk te zijn. De nieuwe pater in Suswah zal nu ook intensief gevolgd gaan worden door mensen uit Australie. Lastig voor de duurzaamheid van de projecten in Senopi is dat Pater Leo, waar we nu drie jaar mee samenwerken, van werkplek gaat ruilen. In samenspraak met de Bisschop gaat hij elders aan de slag. We krijgen een nieuwe pater die gaat helpen met de community support die de SDSP samen met het Bisdom en de Augustijnen in Senopi geeft. Belangrijke focus voor de komende periode is onze bijdrage aan de Yayasan Sosial Augustinus. We hopen dat deze stichting een “model” counterpart kan worden voor buitenlandse ontwikkelingsorganisaties. Verdere details worden nader uitgewerkt met de Bisschop en pater Tromp osa. Dat was het even in het kort. We zijn vanaf dinsdag in Perth en vanaf volgende week zondag in Denpasar. We mogen niet klagen met het uitzicht vanaf onze ‘kantoorkamer’. We hopen dat alles goed gaat met jullie en de kinderen, kleinkinderen, poezen en hondjes. Lieve groet, Ellis en Jurgen |
|
|
Written by Jurgel
|
|
Friday, 29 April 2011 |
|
Een maandje Nederland...we zouden verhalen kunnen schrijven over
... ons gepuzzel om alles wat we moeten en willen doen in een werkbaar schema te proppen, over het zeulen met onze koffers en tassen van het ene logeeradres naar het andere, over de rugzak vol bonnen en kwitanties die we netjes in Excel moeten zetten, over de winterdekbedden waar we onder liggen, over de nuttige en leuke vergaderingen met de SDSP, werkgroepen van de SDSP, vrijwilligers van de SDSP, over het zoeken en boeken van tickets via Australie naar Papua, over het regelen van weer een nieuw visum, over het helpen schrijven aan nieuwe projectvoorstellen, over het sturen van emails naar andere NGO’s en mijnbedrijven, over het geven van presentaties, over het aanleveren van artikelen, over het laten repareren van de satelliettelefoon, over het uitwerken van surveys en onderzoeken, over het halen van nieuwe buiktyfus- en rabiesprikken, over het naar de tandarts en de dokter gaan, over het in kaart brengen van te benaderen instanties in Australie, over het inlezen in de materie over mijnbouw in West Papua, over het uitstel van aangifte aanvragen bij de Belastingdienst, over het aangifte doen bij de Belastingdienst, over het laten drukken van visitekaartjes, naslagwerken en educatiemateriaal, over het bijwerken van de website, ...
OF
... over het lekkere lenteweer, het knuffelen met onze neefjes, het bijpraten met ouders, broers + aanhang en vrienden, het dagje bijtanken in de sauna, het 5-kilo-in-4-weken-erbij-dieet, het overal mogen neerkwakken van genoemde koffers en tassen, het snelle internet, het nieuwe boeken in de koffer stoppen, het drinken uit de kraan, het paaseitjes zoeken, ...
OF
... over nog meer ontberingen, grappige culturele misverstanden, de hoge noden van de plaatselijke bevolking, de corruptie en al wat nog meer komt kijken bij een ‘social community development’ project in de jungle van West Papua, uitgevoerd door twee bleekneuzen, ...
OF
... over dat ons volgende bericht jullie waarschijnlijk bereikt vanuit Sydney of Perth, aangezien we volgende week via Australië naar Papua terug zullen reizen om down under ons netwerk uit te breiden met andere NGO’s en te proberen meer te weten te komen over de plannen van de grote mijnbouwbedrijven in de Vogelkop, ...
Maar dit keer willen we schrijven over Pit. Over iemand die zoveel in zijn mars heeft, dat hij een hele kluit mensen op sleeptouw neemt naar een betere wereld.
“Pit is een 45 jarige Karon Papua die op zijn 8ste uit het bos is “geplukt”. Een ambitieuze pater die een schooltje in het oerwoud wilde beginnen, zag wel wat in hem. Pit was naar eigen zeggen erg ondeugend en het was goed dat hij regelmatig met de rotanstok kreeg, anders was er aldus Pit geen land met hem te bezeilen geweest. Discipline is hem zo bijgebracht en daar heeft hij nog profijt van. Na een tijd het abc te hebben opgezegd, vertrok Pit naar het internaat in de stad Sorong, ver weg van bos en haard. Hoewel hij erg moest wennen aan de stad, beviel hem dit zeer. Ook daar was weer discipline, maar ook lol en ruimte om zich te ontplooien. Pit heeft er goede herinneringen aan.
Na de middelbare school is Pit een verplegersopleiding gaan volgen. Tenminste: zo’n opleiding waarbij je uiteindelijk een papiertje kreeg waarop stond dat je mocht verplegen. Pit gaf aan dat hij zelfs rudimentaire kennis moest ontberen en zelf uit boekjes moest bijlezen om in ieder geval enige medische handelingen te kunnen verrichten en advies aan patienten te kunnen geven.
Hij trouwde een lieve vrouw uit Suswah en werd als verpleger in de Kebarvallei gebaseerd. De Kebarvallei bestond toen uit een paar houten huisjes en een vliegveldje. Enige medische ondersteuning van de gezondheidsdienst in Manokwari voor dit hulppostje was er niet. Zijn collega’s waren vaak in de stad omdat daar wel elektriciteit en water was. Faciliteiten waren er in de Kebar niet. Pit bleef zitten, al begon hij wel erg last te krijgen van het totale gebrek aan medische ondersteuning en medicijnen voor zijn hulppost. Doodzieke mensen moest hij onverrichter zake naar huis sturen of hij moest wat aanrommelen om patienten het idee te geven dat er in ieder geval kans was op genezing. De Kebar was toen de helft van de tijd afgesloten omdat de weg – die deze naam nog niet mocht dragen - weggespoeld was door rivieren, regen of aardverschuivingen. Zieke mensen gingen vaak dus gewoon dood. Pit voelde in zijn eentje de verantwoordelijkheid voor de gezondheid van alle Papua’s in de Kebarvallei. Een gebied zo groot als de provincie Gelderland.
Nog erger voor Pit was het dat de medicijnen slechts één keer per jaar in zeer kleine aantallen tot hem kwamen. Op een gegeven moment had hij alleen nog een paar vitaminepillen en wat antibiotica over om uit te delen. Hoewel bewezen is dat het placebo effect hiervan ook zeer groot kan zijn, kunt u zich voorstellen dat de stress en het gevoel van onvermogen zijn tol begon te eisen. Pit begon, zo zegt hij zelf, een nieuwe hobby: het verzamelen en verorberen van grote hoeveelheden alcohol uit de zgn. mpau-palm. Pit zegt hierover dat hij zich een aantal jaar van zijn leven niet meer kan herinneren, tot de keer dat zijn vrouw tegen hem zei: “Nog één keer en ik ga bij je weg”. Pit heeft sindsdien geen druppel meer aangeraakt.
Jaren heeft hij in de Kebarvallei gewerkt naar vermogen: zonder medicijnen, zonder administratie en zonder advies van artsen of verpleegkundigen uit de stad. Jaren heeft hij moedeloos moeten toezien hoe mensen onnodig doodgingen aan de meest knullige aandoeningen, moeders onnodig stierven vanwege het ontbreken van enige vroeghulp en kinderen overleden vanwege aanhoudende diarree en malaria welke met medicijnen van 3 eurocent had kunnen worden genezen.
Wij troffen Pit in juni 2008 in Senopi aan in een smerige, houten buitenpost met anderhalve pot vitaminepillen en 2 potten antibiotica voorbij de houdbaarheidsdatum. Op de veranda zaten of stonden wat mensen met holle ogen, sommigen met een kuchend kindje in de armen. Een ouder iemand met een enorme stinkende zweer op zijn arm lag in de hoek, ondersteund door zijn oververmoeide dochter. Pit begroette ze geduldig en al kon hij weinig voor ze betekenen: hij deed alles wat in zijn vermogen lag. Hij gaf aan een ieder een vitaminepil, maakte de wond van de oudere man schoon en gaf een familielid opdracht om wat eten klaar te maken voor de magere kindertjes. Iedereen toch een beetje blij.
Los van elke ochtend een spreekuur met die halve pot vitamine pilletjes, bleek Pit ook elke dag een wandeling door het woud te maken naar het volgende dorp om zieken te bezoeken die te ziek zijn om te lopen. Bovendien kon hij ’s nachts uit zijn bed worden gehaald bij noodgevallen.
Zijn salaris krijgt Pit niet altijd. Hij moet voor het salaris naar de stad. De auto om naar de stad te komen kost al een aanzienlijk deel van zijn maandsalaris dus wil hij nog wat over houden van zijn salaris, dan is het handig om pas na meerdere maanden naar de stad te gaan. Met een beetje pech waren de ambtenaren die zijn salaris moesten uitbetalen pas na een paar weken weer een keer op kantoor. Pit moest zo soms wel eens maanden op zijn salaris wachten. En wachten in de stad kost geld, want je moet in de stad – in tegenstelling tot het leven in het bos - voor eten betalen. Het is volgens Pit weleens voorgekomen dat hij meer geld in de stad heeft moeten betalen dan dat hij heeft ontvangen.
Wij ondersteunen Pit. In het begin door voldoende medicijnen aan te laten voeren en deze aanvoer te faciliteren. Inmiddels zijn de logistieke kanalen en de betrekkingen met het gezondheidsdepartement verbeterd en houden we een oogje in het zeil of alles goed blijft verlopen. We hebben hem een cursus laten volgen waardoor hij zelf malaria-onderzoek kan doen. We ondersteunen hem en zijn team bij het immuniseren van kinderen. We geven hem maandelijks een extra bijdrage voor zijn keiharde werk.
Pit is naast superverpleger ook voortrekker geworden in zijn dorpje Aikapes, vlakbij ons dorp Senopi. Zo heeft hij projectplannen geschreven en zijn dorp gemobiliseerd om waterputten en hekken te maken. Dan heeft hij ook nog met twintig anderen een coöperatie opgericht - een winkel waar allerlei spulletjes worden ingekocht en verkocht - zo de economie van het dorp een handje helpend. Hij maakte deel uit van het team waarmee we in februari naar Suswah zijn gereisd om daar te vertellen over het Moeder-en-Kindzorgprogramma en te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om het programma naar dit district uit te breiden. Ook heeft Pit een belangrijke rol in de kerk. Hij organiseert evenementen en houdt jongelui in de gaten die een beetje beginnen te ontsporen.
De drie kinderen van Pit zitten allemaal op een goede school. Zijn geld is niet opgegaan aan drank of TV. Hij woont nog steeds in dezelfde rotzooi als vroeger, alleen heeft hij nu een zelfgemaakte wc en gaat het geld dat hij krijgt naar de scholen van zijn kinderen. Eén is er electriciën geworden, de ander studeert voor verpleegkundige en de derde zit op het Indonesische VWO.
Mensen zoals Pit zorgen voor een positieve invloed op de gemeenschap. Zijn onmisbaar voor de gemeenschap en voor ons. Sterker nog, het zichzelf zo inzetten voor zijn gemeenschap, in zulke moeilijke omstandigheden, zonder dat hij er zelf beter van wordt en dan ook nog vrolijk zijn? Er zijn er die voor minder een lintje hebben gekregen...”
Tot de volgende keer, geniet van de zomer!
Jurgen & Ellis |
|
|
Written by Jurgel
|
|
Monday, 14 March 2011 |
|
Tja, en dan is het een kwartaal geleden dat we elkaar weer gesproken hebben. Wij bevinden ons momenteel in Yogyakarta op Java en hebben de laatste weken heel wat afgereisd. Na 2 maanden in het binnenland gezeten te hebben, zijn we eerst met Jettie via Sorong naar Suswa gereisd. In Sorong moesten we even vingerafdrukken en foto’s laten maken voor onze vrienden bij de immigratiedienst, maar dat was gelukkig zo gepiept. Mensen die het een onderneming vinden om van Amsterdam naar Groningen te rijden, wordt afgeraden om naar Suswa te reizen. Suswa is een aanslag op de bips, rug en nekspieren, helemaal wanneer je een malloot van een zelfmoordterrorist van een chauffeur hebt ingehuurd. We hebben in één week 3 keer de acht uur durende reis van Sorong tot Suswa - vol keien, gaten in de weg en gladde banzai hellingen - doorstaan en we zijn er best trots op. ‘s Nachts schreeuwden onze ruggen en bilhelften door onze halfslaap heen, maar voor de rest is het very worthwhile geweest. Suswa ligt aan het eind van een vlakte, aan het begin van het Tamrau gebergte. Er is nu net bovengenoemde, vooral voor levensmoedigen bestemde, weg geopend en de bevolking maakt dus pas net kennis met aspecten van onze moderne samenleving. Coca-cola meets pijl en boog. Zoals dat twee/drie jaar geleden in Senopi ook het geval was. Suswa is schitterend. Diep in het oerwoud, vol vogelgezang, woeste kraakheldere bergbeken, adembenemende ravijnen en vergezichten, onontdekte reusachtige grotten. Een klein beetje Livingstone hebben we ons wel gevoeld. Mensen die naar Senopi gaan: wees niet getreurd. Senopi is even mooi en ligt maar 100 mijl verderop. Het tussenland is echter dusdanig ruig dat het te voet zeker 5 dagen lopen is. Met het openbaar vervoer (woehaaa ha ha ha ha, even lachen) kan de afstand vanuit Sorong in een dag worden afgelegd. Vanuit Senopi is het zelfs mogelijk in een aantal uur, met een klein vliegtuigje en dan een BROMMER!!!!!!!! ..jawel, de afstand te overbruggen. Suswa lijkt een goed startpunt voor een nieuw moeder en kindzorgprojec, we hebben in een paar dagen tijd een goede indruk gekregen van het gebied en wat erg leuk was, was dat we met een delegatie vanuit Senopi waren: het dorpshoofd, de mantri, de verpleegster en nog wat mensen uit Senopi hebben samen met ons de socialisatie bijeenkomsten gehouden in Suswa en omgeving. Zij wilden uit de eerste hand kunnen vertellen over het programma aan hun verre familie in district Mare. Spijkers met koppen over het wel of niet doorgaan van een programma in dit nieuwe gebied worden in maart in Holland geslagen met de SDSP.
Na Suswa zijn we met kleine Ellis Syufi, die inmiddels bijna een jaar oud is, en haar ouders naar Lombok gevlogen. Kleine Ellis is geboren met een hazenlip en gespleten gehemelte en kon op Lombok geopereerd worden door een team doktoren via de Rotary club. Omdat de ouders nog nooit gevlogen hadden, hebben we besloten mee te reizen, omdat we toch ongeveer die kant op moesten. Het is leuk om te zien hoe zij de reis beleefden; uit het vliegtuig turend hoorden we moeder Tineke af en toe ‘gila....gila...’ (gek.....gek...) mompelen en de luchthaven in Manado maakte qua omvang al zeer veel indruk. Toen we tijdens het wachten even naar de wc gingen, maakte ze ook voor het eerst kennis met een designkraan en een handenblower. Om maar te zwijgen over de roltrap... Inmiddels is kleine Ellis geopereerd aan haar lip en zijn ze zelfstandig terug gereisd naar Sorong. Over een half jaar volgt de 2e operatie aan haar gehemelte. Jantine, hartstikke bedankt voor al je hulp! Wij zelf zijn doorgereisd naar Yogyakarta, waarvandaan we komende dinsdag (!!) richting Nederland vertrekken voor ons halfjaarlijkse visumverlenging, de nodige vergaderingen met de SDSP en ook om even bij te komen van de afgelopen drukke, maar ook emotionele maanden.
Want hoe is het verder in Senopi? Eigenlijk erg goed. Na Santi’s overlijden en de nasleep ervan in de vorm van het politie-onderzoek (dat eigenlijk tot op de dag van vandaag nog voortduurt, hebben we besloten zo lang mogelijk in Senopi te blijven om de verloren tijd in te halen en ons bezig te houden met het – waar mogelijk – overdragen van delen van het programma, de kadertraining, metingen te houden, de watervoorzieningen af te ronden en van alles en nog wat meer. Jettie en Monique hebben goed geholpen, zelfs levens gered, belangrijke contacten opgedaan, en voor veel respons gezorgd onder de Senopinaren. Jettie is zelfs in haar uppie nog even terug naar Senopi om drie dagen op een podium te hossen met de plaatselijke bevolking om de komst van de eerste missionarissen te vieren. Ellis heeft met Tina en Jettie een drie dagen durende training gegeven aan 15 mensen uit 4 dorpen. Deze training vormt een belangrijk onderdeel van onze pogingen om duurzaam preventieve gezondheidszorg in te bedden bij goedwillende moeders en vaders die leven in het distrikt Senopi. Iedereen was laaiend enthousiast en onder de 15 kaderleden bevonden zich zelfs 3 mannen! Tijdens de training hebben we vooral veel praktische dingen geoefend (hoe kun je zien dat een kindje longontsteking heeft, hoe kun je iemand’s hartslag meten, hoe vul je een groeicurve in) en hebben we samen ook een tippy-tap in elkaar gezet. Dit is een eenvoudig handenwas-constructie die je maakt van een lege jerrycan, een paar stokken en een touw (zie foto’s op ons Picasa album). Jurgen en ook Hans hebben zich beziggehouden met onder andere het afronden van de waterputten in Asiti, Arapi en Senopi, het verder uitbouwen en overdragen van lokale handel en vooral veel babbelen om de projecten nog verder in te bedden bij alle lagen van de bevolking. Dat dit alles nog niet zo eenvoudig is, moge duidelijk zijn. Voor veel Senopinaren lijkt alles (waterputten, electricitiete, gezondheidszorg) nog steeds uit de hemel (Nederland) te komen vallen. De SDSP probeert voor zelfstandigheid te zorgen. Dat betekent dat mensen zelf iets moeten doen voordat ze iets krijgen. Een hele klus omdat de overheid wel dingen weggeeft zonder er iets voor terug te vragen. Mensen voelen zich in aanleg dus niet verantwoordelijk voor wat er in hun dorp gebeurt. Ze hebben van oorsprong nooit geleerd dat er met eigen inzet heel veel mogelijk is. Maar onderhand kunnen de mensen er (ook letterlijk) niet meer omheen: veel deelactiviteiten van het programma maken inmiddels deel uit van het aangezicht van hun leefomgeving. Mensen zien steeds meer de effecten van 2,5 jaar ‘bemoeienis’ gereflecteerd op hun eigen dagelijks leven; ze hebben iets meer te besteden, ze hebben toegang tot schoon water, hun kinderen gaan minder snel dood (oh, we hebben hier fantastisch nieuws over te melden maar daarover zeer binnenkort meer!) , er spreken meer kinderen wat woordjes Engels, etc We zien vaker dan voorheen dat mensen voorbeelden overnemen. Dus ja, er is vooruitgang, maar ontwikkelingswerk is en blijft ontzettend moeilijk (ach kom we mogen zo af en toe toch best even klagen): elk stukje energie dat we hebben, proberen we aan te wenden om de ingewikkelde puzzel die opbouwwerk in de binnenlanden van Papua heet, op te lossen. Zo is een waterput met schoon drinkwater voor het dorp Asiti die net afgebouwd is, de volgende dag bijna gesaboteerd door één jaloerse bewoner van een ander dorp. Ondanks intensieve socialisaties vooraf. Ondanks een grote onderlinge consensus. Eén kwibus is er blijkbaar van overtuigd dat dit de manier is om zijn ongenoegen te uiten over iets wat waarschijnlijk zelfs helemaal niets met ons te maken heeft, maar bijvoorbeeld met de neef van zijn vrouw waar hij om de 1 of andere reden boos op is en die hij water heeft zien halen bij die waterput. Of een moeder en baby uit een dorp in Myah overlijden op de operatietafel in Manokwari omdat de familie toch eerst een plaatselijke bosdokter had ingeschakeld, vervolgens pas om hulp vroegen bij de kliniek in Senopi en zuster Tina, Ellis en Jettie in dat laatste stadium eigenlijk niets meer konden doen, behalve een infuus aanleggen en haar als de wiedeweerga naar de stad sturen. Ontwikkelingswerk in de binnenlanden van Papua is vooral voor mensen die focussen op informele edukatie, met enorm veel geduld, incasseringsvermogen en een ontzettend lange adem. Wij scharen onszelf niet onder de alleswetende ontwikkelingswerkers, misschien meer onder het type ‘onkruid vergaat niet’, maar we zullen de laatste zijn die zullen zeggen dat het makkelijk werk is. We weten dat elders in Papua ook iemand zit die dit al vele jaren volhoudt: Rita Vandermaele. Zij zit daar in d’r eentje! Daarvoor hebben wij enorm respect. Dan knijpen wij in onze handjes dat we dit samen kunnen doen, ook nog eens onder de goede hoede van de SDSP en het bisdom en met de nodige hulp in de vorm van vrijwilligers en natuurlijk de donateurs en sponsoren in Nederland. Ook het afgelopen jaar hebben we – naast de programma-activiteiten – weer mensen kunnen helpen met gelden uit het Koffertje, zoals kleine Ellis met de hazenlip, diverse vrouwen in bevallingsnood en ook de kleine bibliotheek in Senopi hebben we verder kunnen uitbreiden met mooie en educatieve boeken.
Doordat we lang in het binnenland zaten, hebben we niets van ons kunnen laten horen via het weblog of email. We hebben daarentegen ontzettend veel kunnen doen. Voor ons is dat doorslaggevend, hoe graag we ook onze ‘Public Relations’ en de communicatie met onze familie en vrienden beter op peil zouden willen houden! We zijn breder aan de slag gegaan; niet alleen in district Senopi, maar ook in het aangrenzend district Kebar. In Akmuri en Apoki houden we inmiddels ook posyandu en mobiel spreekuur en de economie komt ook daar op gang doordat het programma van de mensen erwten, bruine bonen (!) en pinda’s afneemt. In Anjai zijn we met de dominee en kerkgemeenschap in overleg gegaan om de daar aanwezige, maar in verval geraakte, waterbak te rehabiliteren. Zij voeren dit zelf uit en wij ondersteunen met financien (onder andere bij elkaar gebracht door de ZWO groep Oost Betuwe, waarvoor dank!). In Akmuri en Apoki hebben we met de lokale bevolking de huidige waterputten bekeken om te bepalen welke verbeteringen mogelijk zijn; zij krijgen binnenkort cement vanuit het programma om de verbeteringen aan te brengen.
Verder hebben we dokter Gunawan op bezoek gehad, die in Papua bekend is om zijn informatieve en bijzonder amusante AIDS voorlichtingen. Hij is met ons het hele district doorgegaan. De dosis- en indicatielijst t.b.v. effectiever medicijngebruik is inmiddels gereed en wordt as we speak in de praktijk uitgetest. Ook hebben we op de valreep nog een extra microscoop kunnen scoren voor de kliniek in Senopi via het Dinas Kesehatan en hebben we vorige maand weer een lading klamboes kunnen uitdelen in 4 dorpen.
Van dit alles staan er dan ook weer een hoop foto’s online op https://picasaweb.google.com/jurgelkuku/FebruariMaart2011# dus klik even door en je bent weer even zoet.
Dit is alweer een heel verhaal en nog lang niet alles, maar het wordt zo onderhand toch echt tijd om jullie weer op de hoogte te brengen van het wel en wee van de Nageltjes. We weten dat de tijd in Nederland vol zal zitten met vele verplichtingen, maar hopen en verwachten ook de tijd te kunnen vinden om deze en genen weer eens te kunnen spreken onder het genot van een alcoholische versnapering (jippie!) en/of een zak drop. Misschien tot ziens in Nederland en anders via de digitale snelweg.
Liefs, Jurgen & Ellis
OK, nog 1 toppertje dan omdat die zo echt Papua is...:
Toppunt van efficiente bedrijfsvoering Onderweg van Kambuaya naar Sorong zien we vanaf een afstandje op de weg een complete Papua familie ijverig bezig met het vullen van een groot gat in de weg met keien. We keken elkaar al aan van: wauw, moet je die eens verantwoord bezig zien met zijn allen. Gelijk daarop vertelt de chauffeur dat deze mensen hier elke dag staan, wachten tot ze een auto aan horen komen om dan als een bezetene keien in het gat te gooien. ’s Avonds halen ze de keien er weer uit, om het hele riedeltje de volgende dag weer te herhalen... En natuurlijk wordt de argeloze voorbijganger verzocht om een financiele bijdrage aan deze mensen die zich belangeloos inzetten voor een gatenvrije weg... |
|
Last Updated ( Thursday, 24 March 2011 )
|
|
|
Written by Jurgel
|
|
Thursday, 20 January 2011 |
|
Tja, we hebben geprobeerd onze wederwaardigheden middels een brief aan de eerste de beste boomkangaroe te binden, maar die bleek niet te kunnen zwemmen, dus dat hield op. Toen dachten we één en ander via rooksignalen door te seinen naar de stad, maar onze kretek sigaretten waren op dus dat bood ook geen uitkomst. De krakende radio die nog uit het Polygoon tijdperk stamt, was ons ook niet ter wille. Dus vallen we hier in de stad toch maar weer terug op de digitale snelweg, al kunnen we het beter een digitaal Pieterpad noemen, want ‘snel’ is niet de term die ons als eerste te binnen schiet. Hoe dan ook: Gelukkig Nieuwjaar!
We hebben weer een hoop te vertellen. In onwillekeurige volgorde:
SURVEY SKAA We zijn gestart met het uitvoeren van nulmetingen m.b.t. de gezondheid van kinderen tot 5 jaar in het volgende district. We hebben deze nulmeting SKAA genoemd (Survey Kesehatan Anak-Anak). Het is een makkelijk toe te passen meting, die we in Akmuri en Apoki hebben gecombineerd met posyandu en voorlichting. We zijn gestart met deze survey in district Kebar (Akmuri en Apoki), we nemen ook het district Senopi in zijn geheel mee in de survey, als een evaluatie-instrument en ook bedoeld om de accenten per dorp met de verplegers vast te stellen. Het is de bedoeling dat we de survey ook in district Myah en in het afgelegen dorp Nekori in district Kebar gaan uitvoeren. We hopen zeer dat we binnenkort toestemming krijgen van de overheid om onze activiteiten in district Myah verder op te starten; de bevolking wil wel, maar op overheidsniveau zijn ze er nog niet uit helaas. Gelukkig weet de bevolking ons wel te vinden, maar het zou mooier zijn wanneer we daarheen konden. Wat betreft Nekori hebben we een goede collega gevonden in de lokale organisatie Mikatempos uit Manokwari. Samen met hen willen we aandacht besteden aan Nekori, wat feitelijk bestaat uit 3 dorpjes (Musyoi, Aniti en Nekori). We hopen binnenkort een bezoek aan het gebied in te kunnen plannen. Dit moet goed voorbereid worden, want het gebied is alleen toegankelijk via dure vliegtuigcharter of lopend vanaf Anjai (Papua tempo: 1 dag, ons tempo:......??).
KLINIEK SENOPI ALS SPINNETJE IN HET WEB De kliniek in Senopi fungeert meer en meer als een soort episch centrum voor meerdere districten. Niet alleen patienten komen van heinde en verre, maar ook worden de verpleger, verloskundige en wij vaker geconsulteerd en om ondersteuning gevraagd door collega’s in het volgende district. De hoofdverloskundige die vanuit Kebar opereerde, is op een 3 jarige training gestuurd en tot nog toe is er niet voor vervanging gezorgd. Dit betekent dat Tina met onze hardtop tussen Kebar en Senopi heen en weer pendelt en elke bevalling in deze 2 districten heeft begeleid in de afgelopen 2 maanden! Het is goed te zien dat deze olievlek zich verder uitbreidt en dat de middelen en medicijnen die vanuit het Moeder-en-Kindzorgprogramma beschikbaar zijn, ook ten volle benut worden. Voor ons is het belangrijk om te blijven kijken naar de duurzaamheid van dit alles; het moet immers synchroon blijven lopen met de activiteiten vanuit de overheid en dat betekent: veel gesprekken voeren, zowel in het binnenland als in Manokwari, met de juiste personen. Het lijkt er steeds meer op dat dit gaat lukken, omdat de overheid als een bezetene haar OTSUS gelden aan het besteden is in het binnenland en wij ook meer dan voorheen betrokken worden bij dit traject. Zo zal het dorp Senopi binnenkort geheel voorzien zijn van electriciteit middels generatoren (dit is een samenwerkingsverband tussen het district en het Moeder-en-Kindzorgprogramma). Deze generatoren heeft de bevolking bij elkaar verdiend met werken voor de gemeenschap. “Zweet voor verlichting” is het credo. Zo is het vliegveld en de gehele missiegrond omheind en zijn er nieuwe gemeenschappelijke tuinen aangelegd. Wat mooi is, is dat de bevolking samenwerkt om een gemeenschappelijk doel te bereiken. Het feit dat de overheid tegelijkertijd met miljoenen strooit, werkt hierbij wel ondermijnend, omdat de bevolking dan toch een soort “Het valt toch wel een keer uit de hemel” principe aanhangt. Toch zien we steeds meer dat mensen het afwachten zat zijn en zelf voor levensonderhoud gaan zorgen. Zo hebben alle werkers die in de gemeenschappelijke tuinen van het programma hebben gewerkt , inmiddels ook eigen tuinen gemaakt. De overheid is ook gestart met het bouwen van een gloednieuw postu-gebouw in het dorp. Het is inmiddels al klaar, maar de verwachting is dat het pas op zijn vroegst in maart officieel in gebruik kan worden genomen. Er staat nog niets in op dit moment. De werkzaamheden van de verpleger en verloskundige zullen dus vanaf dat moment in de nieuwe postu plaatsvinden, wat betekent dat het oude kliniekgebouw een nieuwe functie kan krijgen. Waren we eerder in gesprek over de mogelijkheid er een kleine ashrama van te maken voor de naastgelegen school en in het bijzonder voor de meer kansarme kinderen, inmiddels gaan er meer stemmen op om het gebouw in te gaan richten als bevallingskliniek. Dit ook in verband met de nieuwe regel vanuit het Dinas Kesehatan dat elke vrouw moet bevallen in een puskesmas (dus officieel mag het niet meer thuis of in de tuinen) waar de nodige materialen en medicijnen voorhanden zijn (als het goed is). In principe is het gebouw makkelijk om te vormen; alle basisvoorzieningen zijn aanwezig, al zal er wel een bevallingsbed moeten komen, maar dat is in onze meubelwerkplaats zo gemaakt.
Naast meer specifieke voorlichtingen (m.n. over voeding en het herkennen van alarm signalen tijdens de zwangerschap en tijdens de bevalling) zijn we ook bezig geweest de basisvoorzieningen verder te verbeteren. Dit betekent dat we met de verpleger en verloskundige de controle zijn gaan aanscherpen op de aanwezigheid van benodigde medicatie (anti-malaria middelen voor zwangeren en zogenden; vitamine A, tetanus vaccins, medicijnen tegen bloedarmoede, oxytocin, etc.) en middelen (klamboes, hechtsets, consultboekjes, etc.). Jettie is op hun verzoek bezig geweest met een checklist die gebruikt kan worden bij problematische bevallingen. Op 1 vel papier staan alle mogelijk te nemen stappen in geval van bloedingen, niet loslatende placenta etc. Ook zijn we (vooral Jettie) aan de slag gegaan met een basislijst waarop de essentiele medicijnen vermeld staan die nodig zijn, compleet met indicaties, te geven dosis (ook per leeftijdsgroep) en bijzonderheden t.a.v. bijvoorbeeld wisselwerking met andere medicijnen uit de lijst en gebruik tijdens zwangerschap of borstvoeding. Naast het feit dat dit ook vanuit ons oogpunt nodig is, hebben de verpleger en de verloskundige hier ook specifiek om verzocht; voor hen vormt het een concreet hulpmiddel dat ze tijdens spreekuren in de kliniek en tijdens mobiele spreekuren willen gebruiken. Vanuit het Dinas Kesehatan worden we volop gesteund met vaccins en diverse materialen.
Jettie heeft zich ook verdiept in de problematiek van huiselijk geweld n.a.v. enkele recente casussen in de kampung. Twee vrouwen zijn de afgelopen maand zodanig in elkaar geslagen door hun man dat zij naar het ziekenhuis in de stad verwezen moesten worden. In de stad heeft Jettie 1 van deze vrouwen terzijde gestaan en haar samen met de vrouw van het districtshoofd ook vergezeld naar een organisatie in Manokwari die zich inzet voor vrouwen. Hoewel hier weinig uit voortkwam, heeft de grotere aandacht voor deze casus wel tot gevolg gehad dat voor het eerst in de geschiedenis van Senopi de man een verklaring heeft moeten ondertekenen op het politiebureau dat hij zijn vrouw nooit meer zal slaan. Mocht hij dat wel doen, dan wordt hij acuut opgepakt en verdwijnt hij achter tralies.
Op dit moment staan we klaar voor de start om aan 15 mensen, samen met zuster Tina, de kadertraining Dalam Usaha Perbaikan Gizi Keluarga te geven. Dit is een officiele overheidstraining die we enigszins aangepast aanbieden. Materialen hebben we bij het Dinas Kesehatan kunnen ophalen. De volgende keer hopelijk een mooi verslag hiervan
VROUWENGROEP Die gaat als een speer. Monique vormt hierbij een grote ondersteuning (naast haar hulp bij het uitvoeren van de survey SKAA). Inmiddels hebben we met de opbrengsten van de verkoop van handwerk en manik-manik een mooie trapnaaimachine aangeschaft die in gebruik is genomen. Sinds 2 weken staat ook de trapnaaimachine van de vrouw van het districtshoofd in de ruimte voor de vrouwengroep (die nu tijdelijk in de pastorie is gevestigd), die hem graag ter beschikking stelde van de vrouwengroep. Diverse vrouwen verstellen nu hun kleding op de naaimachine, andere vrouwen leren naaien. We zijn bezig met het uitbreiden van de produkten van de vrouwengroep met produkten van natuurlijke materialen. Zo hebben we armbandjes gemaakt van zaden van de sago-palm, willen we hetzelfde doen met pitten van de salak vrucht en bewaren we sinds een maand allerlei plastic verpakkingsmaterialen welke we proberen te verwerken in kleine tasjes. In overleg met Trudy (vrijwilligster SDSP in Nederland) hebben we ook het plan opgevat om zgn kerstpakketjes samen te stellen, bestaande uit een aantal kersthangers van manik-manik (engeltjes), sterrenslingertjes van gevouwen rietjes en kerstfiguurtjes van graszaden. Dit alles dan verpakt in een geweven mandje. Deze maand worden er nokens verkocht in Manokwari voor het grote Papuafeest op 5 februari. Van een grote doe-het-zelfzaak in Manokwari hebben we oude spandoeken ontvangen die we ook weer kunnen omzetten in tassen. Tenslotte is Monique met een aantal vrouwen bezig met het vervaardigen van produkten uit rode klei (overvloedig aanwezig in Papua) welke na afbakken als gebruiksvoorwerpen gebruikt kunnen worden.Bedoeling is dat er in februari een grote bijeenkomst is met alle vrouwen uit het distrikt, waarbij we de vrouwengroep officieel gaan oprichten als zelfstandig opererende groep. Hopelijk met – op termijn – zustergroepen in de andere districten. Uit alle produkten is het de bedoeling dat de vrouwen zelf bij de officiele start enkele produkten aanwijzen die ze specifiek gaan maken om als duurzame inkomstenbron te dienen. Ons advies over de Nederlandse markt wordt daarin meegenomen, maar zij bepalen zelf wat het gaat worden. Belangrijkste doel voor de komende tijd is dus het formaliseren van de vrouwengroep met lokale aansturing, waarvoor ibu Ivon (guru in Asiti) en ibu Yuli Syufi de aangewezen personen lijken.
DE MOOIE DINGEN - Vorige maand kwam er een vrouw uit het volgende district aangelopen. Op haar arm een meisje van 8 maanden, Meriam, die er uitzag alsof ze pas 3 maanden was. Zwaar ondervoed: slechts 4 kilo woog ze. Aldus moeder wilde ze niets anders dan moedermelk. Dus we hebben de proef gelijk op de som genomen en samen met moeder een heerlijk papje gemaakt van Susu SGM, verse banaan en een paar lepels kacang hijau pap. Dat ging er in als ketellapper! Zeker met de inderhaast opgesnorde zuigfles. Toen moeder ook nog aangaf dat ze een tuin had waar ze o.a. bruine bonen verbouwde, was het wel duidelijk dat er op dat vlak geen problemen zouden moeten zijn. Het is gewoon een kwestie van werkelijk begrijpen hoe belangrijk voeding is voor een kind, zeker een kind in het eerste levensjaar. Het samen doen, persoonlijk advies geven en – belangrijker – het zelf leren toepassen van die adviezen, is de grootste uitdaging voor vrouwen als zij. En wat is er zo mooi: ten eerste dat de vrouw, zoals afgesproken, na een week terugkwam. Ten tweede dat Meriam 400 gram was aangekomen in die week. Ten derde dat ze in ruil daarvoor een bos groenten meenam voor ons. Het zijn dit soort interventies die je weer positief doen stemmen dat verandering mogelijk is, al is het 1 voor 1. - We hadden een grote speldag georganisaeerd op 1e Kerstdag voor alle kinderen uit het district. De kerstman was er ook en bracht een grote grabbelton mee vol met kadootjes. Met dank aan alle gasten van het afgelopen jaar die allemaal wel wat leuks voor de kinderen mee hadden genomen, konden we de doos mooi vullen! - Voor de weduwen en weduwnaars was er ook een kerstpresentje; we hebben zakken samengesteld met rijst, koffie, thee, suiker etc. en deze uitgedeeld. - In december hadden we zowaar de eerste groepsreis; met 8 man was het gastenverblijf knotjevol. Leuk was dat ze op de laatste avond samen met vrouwen van de vrouwengroep zelf armbandjes hebben geregen en sterretjes hebben gevouwen van rietjes. Dat dit nog een vak apart is, werd ze al snel duidelijk!
WATER VOOR KAMPUNG AMBON ATAS – MANOKWARI In december zijn wij verhuisd uit het YAT losmen. Na het een periode van 2 jaar als uitvalsbasis gebruikt te hebben, was de tijd rijp voor het YAT om echt op eigen benen te staan. Omdat we doorgaans in het binnenland zitten, hebben we besloten om vooralsnog geen nieuwe eigen woonruimte te zoeken in Manokwari, maar telkens bij een kort verblijf in de stad, te verblijven bij een logement wat dichterbij het terrein van het bisdom. In de tijd dat we in het YAT verbleven, hebben we de bewoners van de aangrenzende kleine kampung leren kennen. Samen met de organisatie Mikatepmos hebben we vorig jaar besloten om deze kampung met Koffertjes gelden te helpen bij het aanleggen van een watervoorziening en een MCK (Mandi Cuci Kakhus = was- en wc huisje). Iets boven de kampung bevindt zich namelijk een bron waar een klein stroompje uit voortkomt. Veel van dat water gaat verloren en de mensen moesten zich allemaal in dat stroompje wassen. Ook haalden ze daar water uit om mee te kunnen koken. Inmiddels staat het MCK gebouwtje er al en is er ook een grote profiltank geplaatst waar het water in opgevangen gaat worden. De pijpen waarmee de toevoer verzekerd wordt, liggen klaar om aangesloten te worden, dus we hopen bij een volgend weblogbericht de foto’s van het eindresultaat te kunnen laten zien!
OUD EN NIEUW IN SENOPI Mensen, wat een lading vuurwerk werd er afgestoken in Senopi: de Taliban zou er likkebaardend naar hebben staan kijken. Vanaf een uur of half twaalf (klokkijken is een vak apart) werden er tonnen sierpijlen en keukenmeiden afgestoken tot vijf uur in de ochtend (kan ook zes uur geweest zijn). Met dank aan familieleden uit de stad die een leuk baantje hebben versierd bij de overheid (met dito salaris) Vervolgens ging iedereen lazerus naar het huisje van Ome Tony die net een spiksplinternieuwe hifi installatie met hyperviperwoofer op de kop had getikt, om daar kneuterig tegen elkaar aan te rijden. Afijn, een soort Senopiaans Tivoli dus. Er werd niet eens geknokt na afloop wat doorgaans de gewoonte is in Papua. Wanneer je echt genoten hebt, dan sla je mekaar na afloop doorgaans de hersens in.
‘GELUKKIG HEBBEN WE DE FOTO’S NOG’ Tont onze stomme verbazing, zijn we de afgelopen weken verzeild geraakt in een soort van CSI meets GTST, daar er door de heren politie een onderzoek is gestart naar de dood van onze medewerkster Santi, november jongstleden. De familie van het meisje is ervan overtuigd dat er met een steen op haar hoofd is getimmerd en niet - zoals wij, de verplegers, alle mensen in Senopi, de bisschop en de plaatselijke politie kunnen verklaren - dat ze zelfmoord heeft gepleegd. Daarom loopt er nu op verzoek van de politie op Sumba een heus onderzoek, waarin Jurgen ook reeds is opgeroepen een getuigenis af te leggen. Dit duurde maar liefst 7 uur. Gelukkig worden we niet beschouwd als verdachten en gelukkig (?) zijn wij (en anderen) zo assertief geweest om foto’s te maken. Dat het geen pretje is om alles nog eens opnieuw door te maken en terug te halen, moge duidelijk zijn. We hopen dat er snel een einde aan komt.
PRIVACY: TOCH WEL LEKKER Vorige maand was de verbouwing van de pastorie dan eindelijk een feit en hebben we onze grotere kamer met EIGEN mandikamer in gebruik genomen. Heerlijk om nu de ruimte te hebben. Enige is dat er nog een deur in moet, maar dan is het ook af. De eigen mandikamer is genieten geblazen; inmiddels hebben we een mooie aansluiting gerealiseerd op de regenwatertank, dus dat betekent ook: geen zand meer tussen de tanden na het tandenpoetsen. Er zijn in totaal 4 extra kamers gerealiseerd, waarvan er 1 nu in gebruik is als naai-atelier.
Nou, dit was weer een heel verhaal en geloof ons; het is nog maar een greep uit alle dingen die er gebeurd zijn, maar het is ons vast vergeven zo na anderhalve maand radiostilte.
Neem vooral ook even een kijkje op de blogs van Monique (http://moniquedierink.waarbenjij.nu) en Jettie (http://jettieinpapua.waarbenjij.nu) want daar staan ook mooie verhalen en foto’s op.
Wij zelf hebben onze foto’s van de afgelopen periode weer geplaatst op http://picasaweb.google.com/jurgelkuku dus klik even door en komt dat zien.
Tot een volgende keer, take care!
Jurgen & Ellis |
|
|
Written by Jurgel
|
|
Tuesday, 30 November 2010 |
|
Op zondag 14 november rond 18.00 uur ‘s avonds pleegde onze beleidsmedewerkster, vrijwilligster en vriendin Santi zelfmoord op haar kamer in de pastorie van Senopi. Ze stierf in het bijzijn van pater Leo (haar oom), frater Kim, Jettie en Jurgen. Ze heeft geen boodschap achtergelaten.
Santi was een vrolijke meid, kwam van het snikhete eiland Sumba en studeerde af in de microbiologie op de universiteit van Denpasar. Naar eigen zeggen om te weten waaraan haar broertje op jonge leeftijd is overleden. Op verzoek van haar oom, pater Leo, en ons kwam zij in februari van dit jaar naar Papua om het project beleidsmatig te versterken. Naast slim en communicatief vaardig was ze vooral ook erg aardig en gedreven. We hebben haar op geen ongelukkig moment kunnen betrappen. Waren we zelf wat neerslachtig, dan beurde ze ons juist op.
‘s Nachts werd de kist in allerijl door de familie van het dorpshoofd in elkaar getimmerd, terwijl een twintigtal vrouwen constant de wacht hield. Mensen kwamen uit alle delen van de vallei aangelopen om afscheid te nemen. Toen wij met de Pilatus Porter van Hennie opstegen van het missievliegveldje van Senopi stonden mensen uit alle dorpen in de omstreken te zwaaien.
Samen met pater Leo hebben we haar in drie dagen via Sorong, Makassar, Surabaya, Denpasar en Kupang naar Waingapo op het eiland Sumba gebracht. Dankbaar zijn we voor de hulp van het bisdom Manokwari-Sorong, Pater Ton Tromp en de missiepiloot Hennie, die elk op hun wijze de reis wisten te bespoedigen en ons moreel hebben ondersteund met raad en daad.
Het staan met de kist op een onbekend vliegveld op een onbekend eiland op zoek naar onbekende gezichten van de naasten van Santi heeft diepe indruk op ons gemaakt. Honderden mensen kwamen op ons af en brachten ons en Santi naar een auto. De stoet die de lijkwagen begeleidde, zwol aan tot ongekende omvang toen we van het vliegveld dwars door Waingapo naar het ouderlijk huis reden.
Drie dagen lang bleef de kist in haar ouderlijk huis staan, zodat honderden mensen haar de laatste eer konden bewijzen. Wij hebben 5 dagen lang bij ouders in huis verbleven, waar we goed verzorgd werden, maar ook vielen er ons in die dagen vele vragen en soms verwijten ten deel. Er heerste onbegrip en verdriet. Vader was dankbaar dat we Santi naar Sumba hadden gebracht.
Veel vragen blijven onbeantwoord. Waarom? Wat was het dat ze niet meer kon verdragen? Wij hebben er geen antwoord op. De dagen voor haar dood heeft ze nog les gegeven op school en gewerkt in de kliniek. Ze maakte grapjes met alle lagen van de bevolking in Senopi. De avond ervoor hebben we nog met haar gitaar gespeeld en gezongen.
De 24ste waren we weer terug in Manokwari. Ook hier kan men niet geloven dat ze zomaar is weggegaan. Zelfmoord is in veel gebieden in Indonesië een kwestie van wraak op de omgeving. Wij waren haar directe omgeving. Uit verhalen van anderen weten we bevestigd dat ze juist blij met ons was en die getuigenissen zijn ons geluk. Wij waren ook erg blij met haar, zoals iedereen blij met haar was. Voor de SDSP, het Moeder- en kindzorgproject en ons is haar dood een enorme klap. Voor ons persoonlijk rest, naast ons verdriet, dankbaarheid voor al het goeds dat ze ons en de mensen in Senopi heeft gebracht.
We wensen alle mensen in Nederland en België die haar gekend hebben veel sterkte toe met het verwerken van het verlies.
Ellis en Jurgen |
|
|
Written by Jurgel
|
|
Sunday, 31 October 2010 |
|
Berichten uit den verre,
De oktoberupdate, van de Nageltjes in toekatakka land, (ver weg van tsunamies en vulkaanuitbarstingen)
Ja, we zijn niet zomaar ergens. De projecten lopen zoals geplant en… Een lachertje natuurlijk, het woord ‘planning’ is als de fles in de geest: Je kunt wrijven wat je wilt, het zit er niet in. Laten we daarom eens een dag uit het leven van J en E en J omschrijven. We hebben sinds kort een pestbuil van een asbakkenras van iets wat op een hond lijkt. Hij is nog jong en is voornemens om ieders nachtrust tot een minimum te beperken. Dat betekent dat de dag meestal voor dag en dauw begint. De wekker is zoals gezegd meestal het lieflijk edoch ijselijk gekerm van bovengenoemd goddelijk schepsel. We weten, alle wezens Gods dienen we lief te hebben, maar wij vermoeden dat wij binnenkort knoflook een crusifix en een zilveren kogel nodig hebben willen wij onze wallen ietwat terugdringen. Dan begint het ontbijt. Meestal omdat de vorige dag zo druk was, zoeken we wat in de koelkast, wat niet beschimmeld is en wat besmeerbaar is met pindakaas. Mocht dit niet voorradig zijn, dan wordt beneden in de kiosk een pak biscuitjes gekocht of overheerlijke zompige havermout gemaakt. Wederom vanwege bovengenoemde satan is het uiterst belangrijk minstens vier glazen dampende koffie naar binnen te slaan om gedurende de dag nog wat zinnigs te kunnen uitkramen. Vervolgens tijdens de koffie-warm up worden de zak telefoontjes tevoorschijn gehaald en gekeken naar de sms. Alles wat niet op leven en dood gaat wordt acuut gedelete en dan op naar de eerste afspraak. Gisteren bijvoorbeeld een gesprek met grote NGO’s. Bedelen om geld moet geraffineerd gebeuren. Wij moeten laten zien dat ons project het enige project is in de diepe binnenlanden in geheel Papua dat daadwerkelijk een gemeenschap kansen biedt op een betere toekomst, zonder bovengenoemde instanties te beledigen. Dat dit nogal een kunst is moge duidelijk zijn. Voor je het weet zit je drie uur te luisteren naar iemand die zelden buiten hotels onder de vier sterren komt, maar die dan een lezing geeft over hoe je ontwikkelingswerk moet doen. Meneer weet precies hoe alles in zijn werk gaat maar gaat vervolgens in een dikke Toyota waar geen spatje modder op zit naar de volgende workshop in een of andere viersterren ressort. Dan gaat meneer naar Jakarta om verslag te doen van het vele goede werk wat de grote NGO’s in het binnenland doen. Ons project wordt uiteraard niet al te serieus genomen want dan wordt het ingewikkeld. Wat als een kleine organisatie daadwerkelijk een vallei op zijn kop zet en de grote NGO’s in verlegenheid brengt. Voorbeelden van zinnen die we letterlijk hebben gehoord zijn: “Sorry we hebben geen geld, voor dit jaar kunnen we alleen maar de salarissen van het personeel betalen en worden er geen projecten uitgevoerd”. Een andere erg goede is:”Bedankt voor al jullie werk, maar jullie hebben niet genoeg nagedacht over de genderthematiek die toch een belangrijk is voor ons programma”(Dit geheel tegen de afspraak in). Helaas betreffen dit organisaties die door ons Nederlanders worden betaald. Bedenk goed waar u uw liefdadigheidseuro’s aan besteedt. Iedereen claimt projecten te hebben in de diepe wouden van Papua. Wij zitten daar al ruim twee jaar en wij zijn bijna niemand tegengekomen. Maar goed, onze dag. Na de gesprekken met de NGo’s moeten boodschappen worden gedaan voor de projecten in Senopi. Er moet een auto worden gevonden met chauffeur die nog nooit lazerus tegen een boom is gereden. Naar ons weten blijven er dan twee chauffeurs over. Deze chauffeur moet zijn auto met benzine vullen natuurlijk. De rij voor het pompstation is inmiddels berucht en doet ons denken aan de rij voor de bakker in oost-Berlijn in 1981. Dan moet de auto natuurlijk beladen worden. Dan moeten we langs een twintigtal lokale gamma’s. De lokale gamma is een soort kippenhok maar dan worden er actief muggen gehouden. Muggenlarven worden volgens ons zorgvuldig gekweekt of het moet zijn dat ze het met zijn allen zo gezellig hebben…. Nee volgens ons worden ze liefdevol gekweekt. Binnen dat kippenhok bevindt zich een verrassend assortiment aan waar. Behalve roestige uitlaten kun je er opeens ook shampoo vinden, of een massagelamp. Al heen en weer springend en driftig om je heen slaand, vanwege de lokale huismuggen, probeer je dan tussen de zooi wat te zoeken wat van je gading is. Ergens vanachter een stapel dozen en een berg met verroeste spruitstukken zit dan meestal een chinees die een belachelijke prijs vraagt. En dan op naar de andere muggenkwekerij om wat bureaulampjes te halen. En na drie zaakjes, beginnen je slapen te kloppen en struikel je opeens over je slippers. Dan weet je dat het alweer 2 uur s’middags is en dat je wat moet eten. Heerlijk is het dan om een koel glas citroensap naar binnen te gieten en rijst met een kippenbout. Er zijn Nederlanders die na twee dagen ernstig verlangen naar sausijsjes en piepers, maar ik kan geen nasi goreng genoeg krijgen. Wanneer de batterij is opgeladen, gaan we op naar het ziekenhuis. Kijken hoe het met patiënten gaat uit Senopi of medicijnen regelen. Onze huiszuster Barbara is altijd in voor een babbeltje. Vaak geeft ze de mannelijke helft van het echtpaar Nagel op zijn lazer omdat hij weer eens vergeten is wat door te geven. Vrouwen praten met vrouwen, mannen praten met mannen. Zo wordt Ellis vaak opzij geduwd omdat een kerel wat van ons moet. Maar zoals het hoort doet Ellis daar niet moeilijk over en schenkt gedienstig de koffie in, en snel een beetje. Na het ziekenhuis gaan we dan vooral wat kletsen. Proberen samen te werken, zaken goedkoper te regelen, relaties te onderhouden. En dan om een uur of zes ben je opeens weer de muggen aan het voeden. Dan wordt de autan er gezellig bijgehaald en een toerist begint wat op een gitaar te rammen. En dan weer een kippenbout en citroensap. Het leven is heus heel leuk in Manokwari. Totdat die satan ons in den ochtend weer wakker maakt…. Life is bitter, life is sweet, but Manokwari is all we need. |
|
Last Updated ( Thursday, 24 March 2011 )
|
|
|
Gelukkig geen wateroverlast in Senopi |
|
|
|
|
Written by Jurgel
|
|
Wednesday, 13 October 2010 |
|
Op verzoek van Ellis en Jurgen zetten wij (de ouders van Ellis)even een bericht op hun weblog om het thuisfront gerust te stellen. We kregen namelijk afgelopen zondag een telefoontje met de vraag of wij soms wisten wat er in West Papua aan de hand was. Er zouden zware overstromingen en aardverschuivingen zijn geweest met een groot aantal slachtoffers (doden, gewonden en daklozen). Hoewel we er al snel achter waren dat het een ander gebied dan Senopi betrof (nl. het district Teluk Wondama ten zuidoosten van Manokwari), waren we toch wel ongerust. Je weet uiteindelijk nooit of er misschien ook in Senopi noodweer was geweest. We dachten dus even een sms'je naar de satelliettelefoon te sturen met de vraag of alles daar oké was. We kregen echter geen antwoord, ook niet na nog een paar sms'jes. Vanmiddag belde Ellis om ons gerust te stellen, na overigens eerst zelf erg geschrokken te zijn van de grote hoeveelheid sms'jes die ze opeens allemaal achter elkaar ontvingen via de satelliet toen Jurgen met Manokwari wilde bellen. Er waren kennelijk meer ongeruste mensen in Nederland! Ze hadden de afgelopen dagen wel elke dag even de telefoon aangezet, maar geen enkel berichtje gekregen. Het blijkt nu dus dat ze eerst moeten bellen (of aanstalten moeten maken om te bellen) voor ze sms'jes kunnen ontvangen. Alles gaat dus goed in Senopi en we moeten vooral iedereen de hartelijke groeten doen. Dus bij deze!
Gré en Charles van Minnen. |
|
Last Updated ( Wednesday, 13 October 2010 )
|
|
|
Over helm-fetisjisten en de JSF |
|
|
|
|
Written by Jurgel
|
|
Monday, 04 October 2010 |
|
Dag, Dag, Vanuit warm, warm Manokwari een eerste beschrijving sinds lang, lang gelee. Na een allervriendelijkst bezoek aan onze vrienden Klarenda en Halim in Yogyakarta zijn we de 27ste aangekomen in Manokwari. Dat ging voorspoedig. Een overstap in Makassar en een lange stop in Sorong (wachten op een hotemetoot) vlogen we weer over de Kebar vallei en langs de pieken van het Arfakgebergte om een rustige landing te maken op het serieus gezellige Rendani vliegveld. Er kan een Boeing op landen en daar is het wel mee gezegd. Mensen die er zijn geland weten hoe de bagageafhandeling in zijn werk gaat. Laten we zeggen dat de bagageband nogal bijzonder is en dat je er toch elke weer verbaasd over bent dat alle koffers werkelijk terecht komen. Het vliegveld op Lombok is nog geiniger daar de bagageband die uit de muur komt, drie meter lang is en dan de koffers over de plavuizen uitbraakt. 200 mensen op 4 vierkante meter die naar hun koffers lopen te graaien is een bijzondere ervaring
Het logement ligt er nog steeds allervriendelijkst bij. Twee gasten zaten al 7 weken in het YAT en waren blij eens wat Nederlands te kunnen babbelen. Yo en Piet hebben zelfs overheerlijk voor ons gekookt! De omgekeerde wereld. De gasten bedienen de waard. En zo is het hier in Manokwari. Lang kun je niet sip kijken. Je moet wel een ongelooflijke oorworm zijn om niet te vallen voor de lachende dames en kinderen, de beleefde Javanen, het heerlijke en goedkope eten en de hemelsblauwe baai en turquoise zee. Okay, Manokwari heeft ook een rauw kantje. Maar voor een “frontiertown” worden oplossingen over het algemeen vrij vriendelijk gezocht.
Nu zullen ervaren Manokwari-gangers misschien denken, van welke paddenstoelen hebben de Nagels zitten snoepen; dit klinkt mij net iets te vrolijk dan wel te “lonely planeterig” in de oren. Okay, okay: Manokwari heeft ook zijn problemen. Zo weigert 1 van de kandidaten voor het burgemeesterschap, die onvoldoende stemmen had bij de voorverkiezing, te accepteren dat het een gelopen race is en gaat hij in hoger beroep o.i.d. tegen de uitslag. En daar zijn anderen het weer niet mee eens. En elders, in de wateren rond de Vogelkop, probeert men gelijktijdig een natuurreservaat, een duikgebied en een olieboorplatform te realiseren. Zijn ook wat mensen het niet mee eens. Je kunt gevoeglijk aannemen dat als dit Den Haag of Enschede zou zijn geweest, het Binnenhof hoogstpersoonlijk door 16 miljoen demonstranten met hun nagels en tanden zou worden afgebroken. Over het Binnenhof gesproken; wij vernamen via de uiterst trage digitale snelweg (waar wij bij lange na de 130 km per uur niet halen) dat er een regeerakkoord ligt. Zo lazen wij dat er 1 miljard bezuinigd gaat worden op ontwikkelingssamenwerking en er in plaats daarvan meer samenwerking gezocht gaat worden met het bedrijfsleven. De SDSP heeft in de loop der tijd al diverse epistels, gericht aan Koenders en kornuiten, richting het Binnenhof geslingerd over Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen en welke grote kansen dit biedt voor een gebied als Papua wanneer er effectief wordt samengewerkt met humanitaire ontwikkelingsorganisaties ter plekke. Dus dat daar op wordt ingezet, vinden we prima, alleen willen we nog wel even doorgeven aan Rutte 1 dat die Joint Strike Fighter van ons niet perse had gehoeven. Daar is de landingsbaan in Senopi echt nog niet klaar voor. Geef ons dan maar die 1 miljard terug.... Zo langzaam als Nederland weer een regering heeft verkregen, zo snel ontwikkelt Manokwari zich hier. Elke maand wordt de rij auto’s voor het stoplicht langer. Er is een derde chique hotel bijgekomen. Er worden nieuwe wegen aangelegd, de landingsbaan is verlengd, parkjes en badmintonvelden worden opgericht, mensen die hardlopen langs de weg in de vroege uurtjes: mensen in de stad lijken het iets beter te krijgen. Dat mag ook wel, want de prijzen op de markt zijn er ook naar. In Papua is het inmiddels drie keer zo duur als op Java.
Doen we verder nog wat zinnigs met de zuurverdiende centjes van onze donateurs, horen we u denken? Welnu: Jurgen is bezig de lokale markt in Manokwari nog verder bereid te vinden produkten uit de Kebar vallei af te nemen. Het streven is dat de agrarische projecten in Senopi halverwege volgend jaar vanuit eigen inkomsten kunnen blijven bestaan en voor een groot deel kunnen worden overgedragen aan de lokale bevolking. Ellis heeft uitdeelboekjes vol gezondheidstips en plaatjes laten drukken om straks de voorlichtingen weer nieuw leven in te blazen. Er liggen weer nieuwe uitdagingen op de weg (invoeren van een symbolisch betaalsysteem voor de kliniek, deskundigheidsbevordering van de kliniek medewerkers, etc.) en die pakt Ellis samen met Jettie (die deze week is aangekomen) op. Jettie blijft ons 6 maanden gezelschap houden en met haar hebben we er een medisch deskundige bij, wat absoluut een meerwaarde is voor het project. Ook voor de vrouwengroep liggen er een hoop ideeën die we samen met de vrouwen willen gaan uitwerken. Last but not least verwachten we in Senopi de komende maanden behoorlijk wat toeristen en zijn we er nu ook aan toe om het netwerk rondom eco-toerisme in en rond Manokwari verder uit te bouwen en te verstevigen. Zo hebben we in Nederland reeds uitgebreid kennis gemaakt met het hoofd van het Wereldnatuurfonds in Papua, met wie Jurgen in oktober een vervolgafspraak gepland heeft hier in Manokwari. Met deze greep uit onze agenda blijkt maar weer dat we weer volop aan de slag zijn. We weten uit ervaring dat een goede voorbereiding in Manokwari, het halve werk is in Senopi.
Zoals vanouds ging de tam-tam weer flink tekeer zodra onze blanke tronies voet op Papua bodem zetten. De dag na aankomst was het dan ook zoete inval en hebben we er een heel pak Coffeemix doorheen gejaagd om al ons bezoek niet van de dorst te laten omkomen. In het huisje vallen de kleine dingetjes weer op die het ons huisje maken: net als vorig jaar was ook nu de deur opengebroken (maar dan wel weer gelijk voorzien van een nieuw slot, was al onze koffie, suiker, thee, wasmiddel en shampoo spoorloos verdwenen en draaien de 2 kranen die we hebben, nog steeds rechtsom open i.p.v. linksom. Foutje bij het aanleggen en we waren er wel aan gewend, maar zo vers uit Nederland hebben we onszelf de afgelopen dagen alweer diverse keren onder gesproeid wanneer we de kraan met een ferme ruk wilden dichtdraaien. De kwade genius die onze deur heeft opengebroken, is overigens geen master of crime, vermoeden we. De onverlaat heeft namelijk alleen 1 helm meegenomen en heeft de televisie en de printer laten staan. Wij hebben sterk het vermoeden dat we de dader moeten zoeken onder de 1000 ojekrijders (brommertaxi’s) die Manokwari rijk is.
Andere toppertjes die we jullie niet willen onthouden:
Toppunt van timing Anderhalf jaar na de aardbevingen verschijnt hier een stukje in de krant dat de overheid ten tijde van de aardbevingen in januari 2009 ook noodhulp heeft gegeven aan district Senopi. Zo hadden wij de 2 zakjes instantmie per inwoner nog niet bekeken...
Toppunt van overdrijven Onderweg van het vliegveld naar het YAT losmen meldt Martin “Er is vorige maand een boom omgevallen, die grote, en die ligt nu over het YAT” Hierop denken wij dat het huis in puin ligt en dat de enorme, stokoude boom tegenover het YAT het nu dan toch echt begeven heeft. Bij aankomst blijkt de boom een fors uitgevallen tak van 3 meter die we met wat vereende krachten zo van het dak af schuiven. Die enge boom aan de overkant staat er in al zijn glorie nog steeds....
Toppunt van vakmanschap Op 1 van de kamersloten in het YAT losmen passen 2 totaal verschillende sleutels...
Toppunt van PR De letterlijke tekst over het eiland Wirimas zoals opgenomen in het boekje over toerisme in natuurreservaat Cendrawasih Bay. Over Wirimas island: “It was bath and drunk falcon draw-well. If forebear looked for feed, they went to this island not carried the water and taked out from it draw-well but for previous they should gave offering to watchman. If it not did, it wouldn’t water there. Wirimas was mention of tierce and ‘wowo’ was mention of slut falcon.” Wil je overigens al dit schoons op Wirimas island op video vastleggen, houd dan rekening met de verplichte kosten voor het gebruik van een handycam à $13,16...
Tot zover, voor ons is het tijd om naar Senopi te vertrekken. Jettie en Ellis vertrekken morgen en Jurgen volgt woensdag.
Over ongeveer een maand zullen wij weer eens wat laten horen. Heb en hou het goed in Nederland en tot de volgende keer maar weer!
Jurgen & Ellis |
|
Last Updated ( Monday, 04 October 2010 )
|
|
|
We zin weer helemaal opgetrompt... |
|
|
|
|
Written by Jurgel
|
|
Tuesday, 31 August 2010 |
|
Leuk en lastig: jezelf een aantal maanden nuttig zien te maken in Holland en dat dan gelijk combineren met – ahem - “een stukje me-time” (je weet wel: ff chillen en wat kwalitijd vrijmaken...). We worden echter wel schikbarend snel weer Nederlander hoor: we mopperen de laatste weken ineens even hard mee over het miezerweer en die treinen rijden hier nog steeds niet op tijd, het is toch van de gekke..... En niet alleen mentaal merken we een omslag, ook onze klerenkast doet raar. Misschien hadden we niet zoveel sandwiches moeten smikkelen in Amerika en misschien ook beter om wat te minderen met die dropjes, want eerlijk is eerlijk: niets past ons ineens meer. Aan de andere kant: in Papua wachten ons nu wel goedkeurende blikken, dol als ze zijn op ‘wit en dik’.... Maar goed: onszelf nuttig maken, hadden we het over. Leuk en lastig dus, maar niet onmogelijk:
Zo hebben we ons ter lering ende vermaak een week lang het zweet voor de ogen getimmerd, gemetseld, gelast, etc. op het WOT-terrein in Twente. Elk jaar wordt er daar door de Werkgroep Ontwikkelingstechniek van de Universiteit Twente een cursusweek gegeven voor ontwikkelingswerkers in spé. Naast het feit dat we nu niet meer met de ogen knipperen en bleke neusjes krijgen bij termen als ‘optrompen’, ‘hotelschakeling’ of’ carburateur’, hebben we in die korte tijd ook zeer praktische technieken onder de knie gekregen. Zo hebben we putten geslagen met een spuitlans en knikkerpompen in elkaar gezet van PVC-pijpen. Het is een combinatie die zeer geschikt is voor de situatie en bodemesteldheid in/rond Senopi en de benodigde materialen zijn ook allemaal verkrijgbaar in Manokwari. Het belangrijkste: het is een techniek die makkelijk uit te leggen en toe te passen is. We zijn op dit moment, samen met de SDSP, dan ook bezig om het een en ander te vertalen in een concrete sponsoraanvraag. Bedoeling (en goede voornemen) is om schoon water nog dichter bij de mensen te brengen, door ze letterlijk zelf de putten te laten slaan en de pompen zelf in elkaar te laten zetten. En natuurlijk zelf onderhouden he, want anders zitten we er over 20 jaar nog...
We hebben ook allebei meegelopen in een ziekenhuis in Breda; Ellis op de kraamafdeling en Jurgen op de afdeling kindergeneeskunde.Een goed moment om onze praktische vragen te kunnen stellen en wat situaties van dichtbij mee te maken. En natuurlijk altijd leuk om ook eens zo’n mooi pakkie te dragen.
Verder is Jurgen nog een week op autosleutelcursus geweest en kan hij je nu alles vertellen over bougies, dynamo’s, krukassen en injectie-motoren. En ook fijn: de meest voorkomende reparaties uitvoeren. Daar waar zelfs hij het dan vervolgens niet meer weet, kan hij tenminste nog wel beoordelen of er uberhaupt wel iets mis is aan de auto. We verwachten dan ook dat niet alle automonteurs in Manokwari even blij zijn met Jurgen’s verworven inzichten en voorspellen voorzichtig een complete instorting van de lokale garage markt wegens tegenvallende inkomsten vanuit Senopi.
Zoals bekend was onze ‘planning’ om half augustus weer naar Papua te vertrekken. Dat hebben we echter iets uitgesteld om diverse redenen. Belangrijkst is dat we op deze manier zo’n € 2000,=, die we hard nodig hebben binnen het project, uitsparen. Op 20 september is er namelijk een vrij belangrijke bijeenkomst waar de SDSP bij is uitgenodigd door het WNF. De inzet van de SDSP: structurele financiering van de programma’s in Papua. Voor de SDSP reden om de aanwezigheid van 1 van ons hierbij te verlangen. Omdat wij geen zin hebben om een potje heen en weer te pendelen als we koud weer in Papua zitten, hebben we besloten dat 1 van ons tot na die bijeenkomst hier blijft. Dat is Ellis geworden. Jurgen vliegt op 11 september (jaja, living on the edge ....) en Ellis volgt de 23e.
Ons uitgestelde vertrek geeft ons wat extra lucht om zaken nog wat beter te regelen. Ons visum is inmiddels binnen, dus die buit is binnen.En wat er verder allemaal aan regelwerk ligt: laten we jullie niet gaan vervelen met belastingperikelen,informatiebeheergroepen die niet willen geloven dat we echt niet zoveel meer op kunnen brengen per maand, pensioengaten opvangen, ineens emigrant zijn of toch niet, budgetverantwoording en natuurlijk het aloude spelletje ‘sponsorzoeken'.
Een leuke bijkomstigheid is trouwens dat wij nu aanwezig kunnen zijn bij de bruiloft van Ricky en Theo. Jurgen is zowaar gelijk tot getuige gebombardeerd zodra duidelijk was dat we er nog zouden zijn. Ellis op haar beurt was zeer vereerd toen ze mee mocht bij het uitzoeken van de trouwjurk.
En wat gebeurt er in de tussentijd allemaal in Papua? Nou, eigenlijk nog best een hoop. Onze lokale vrijwilligster Santi probeert onze afwezigheid zo goed en kwaad als het kan op te vangen en dat lukt haar eigenlijk heel erg goed. De immunisaties lopen bijvoorbeeld door onder haar toeziend oog, maar ook heeft ze samen met de pater tijdig kunnen ingrijpen toen er opnieuw een kindje een pan kokend water over zich heen kreeg. Het kindje (kleine Jurgen) is ge-evacueerd naar het ziekenhuis in de stad en maakt het naar de laatste berichten redelijk goed. Verder is er door de dorpelingen hard doorgewerkt aan de omheiningen, is de visvijver inmiddels zo goed als klaar en hebben we een wisseling van de wacht gekregen van frater Adrian. Zijn stagetijd zat erop in juni, maar de bisschop is blijkbaar zo tevreden over Senopi als stageplaats, dat hij er 2 fraters in opleiding voor terug heeft gegeven. Het wordt dus nog druk in de pastorie, want ook wij krijgen vanaf september een versterking van de gelederen. Jettie komt ons namelijk een half jaar lang ondersteunen. Zij is verpleegster in het UMC en zal zich het komende half jaar vooral gaan toeleggen op het helpen verbeteren van de werkstructuur in de kliniek.
Er is nog veel meer te melden, maar daarvoor verwijzen we je graag naar onze website www.kuku.nl die weer behoorlijk bijgewerkt is. Zo zijn er weer behoorlijk wat mensen geweest die ons hebben verblijd met een spontane sponsoractie. Ook hebben we ons foto repertoire wat uitgebreid (nieuw! www.jurgel.nl) en hebben we een best wel kek filmpje gemaakt over de afgelopen 2 jaar. Dat alles kun je bekijken op onze site, dus komt dat zien!
En dan zitten we voor we er erg in hebben alweer in een krakkemikkig toestel van Banzai Airways naar Manokwari. Zitten we weer achter ubertraag, lichtnetuitvallend internet af en toe een berichtje te plaatsen over de dol dwaze jungle avonturen van dit stelletje volgevreten bleekscheten. Dan gaan we weer timmeren, schoffelen, babbelen en assisteren met van alles en nog wat. Dan kunnen we weer dagen lopen naar verlaten dorpjes en hannesen met de satelliet-telefoon omdat iemand is aangevallen door een bosvarken.
We zijn voornemens om jullie weer wat regelmatiger op de hoogte te houden van ons reilen en zeilen (we zitten inmiddels zelfs op Twitter, al hebben we nu al spijt). Andere voornemens: meer genieten van de jungle en beter op onszelf letten.
En voor we het weten, zitten we dan weer als bruine sprietjes op jullie bankjes, in jullie tuin, jullie wijn op te drinken in 2011...
‘Tot morgen’!
J&E |
|
Last Updated ( Tuesday, 31 August 2010 )
|
|
|